donderdag 31 mei 2012

Toepassingskaart 9: Rekenbeleid op schoolniveau

Toepassingskaart 9
Rekenbeleid op schoolniveau
Hieronder is het rekenbeleid van onze school te zien. Deze is gemaakt door Megan van Velzen en Selina Schipper.
Rekenbeleid         
OBS De Bouwsteen








Inhoudsopgave


 



Inleiding
In het volgende stuk richten wij ons op het rekenonderwijs op OBS De Bouwsteen. We zullen onder andere de methode beschrijven die wij gebruiken op onze school. Daarnaast zullen wij kort toelichten van welke werkvormen wij gebruik maken.

Methode
Om rekenen aan te bieden aan de leerlingen maken wij gebruik van twee methodes.
1.      Pluspunt
2.      Kien
De eerste methode is bedoeld voor alle leerlingen en dient als leidraad voor de lessen rekenen die gegeven worden. Wij houden de leerlijn van de methode aan en zullen aan de hand van onze zelfbedachte schoolbrede thema’s rekenlessen ontwerpen die aansluiten bij de niveaugroep. De methode Pluspunt is een methode die werkt aan de hand van thema’s, veel van deze thema’s sluiten aan bij onze zelfbedachte schoolbrede thema’s. Tevens sluit dit aan bij onze onderwijsvisie van de school. De methode staat open voor niveaugroepen en differentiatiemogelijkheden. Hierdoor worden de wat zwakkere rekenaars, de gemiddelde en sterke rekenaars aangesproken en uitgedaagd tot rekenonderwijs.
De lessen zijn afwisselend leerkrachtgebonden en zelfstandige lessen. Op deze manier leren de leerlingen te luisteren en hun rekenkennis te verbreden en ontwikkelen, maar ook om het geleerde zelf in de praktijk te brengen. Hierbij wordt de leerling individueel aangesproken, maar ook de leerling in een kleine groep, wat samenwerken mogelijk maakt.
Het automatiseren van de lesstof is belangrijk. Dit wordt mogelijk gemaakt door de herkenbare contexten, de gevarieerde oefenvormen en de leuke vormgeving.

Naast de methode Pluspunt maken wij ook gebruik van de methode Kien, Deze methode is speciaal bedoeld voor leerlingen die wat meer aankunnen. Het voordeel van deze methode is dat een leerling niet vooruit werkt op de leerstof. Hierdoor kan deze leerling gewoon met het onderwijsaanbod in de klas mee blijven doen. Daarnaast is er weinig uitleg nodig om de extra lessen te maken, een leerling kan dus zelfstandig aan het werk met deze methode.

Wij als school streven naar het creëren van een veilige omgeving voor leerlingen. Een vertrouwde omgeving waar leerlingen worden uitgedaagd tot leren, zelf ontdekken en kritisch denken bevorderen. Van de vele methodes die wij tot onze beschikking hebben, sluiten de methode Pluspunt en Kien het best op onze visie aan.

 



Werkvormen
Tijdens de rekenlessen gebruiken wij diverse werkvormen, op deze manier blijven de leerlingen actief betrokken en vindt er een afwisseling tussen leerkracht- en leerlinggestuurde lessen plaats. Wij als school vinden het belangrijk dat een leerling een actieve bijdrage levert aan de lessen die worden gegeven, zo ook bij de lessen reken- en wiskunde onderwijs.

Werkvormen die worden toegepast tijdens de rekenlessen:
-          Instructievormen: Deze werkvorm wordt vaak toegepast bij de start van elke rekenles. De leerkracht geeft een instructie, waarna er ruimte is voor vragen en de leerlingen aan het werk gaan. Eventueel is er een verlengde instructie voor leerlingen die dit nodig hebben. Dit stelt de groepsleerkracht vast door middel van eigen observaties en toetsresultaten. De leerlingen die geen instructie nodig hebben kunnen ervoor kiezen om direct aan de slag te gaan met het rekenwerk. Na de instructie volgt er vaak zelfstandig werken aan de opgegeven rekentaak. Tijdens dit zelfstandig werken loopt de leerkracht rond om eventueel vragen te beantwoorden. Leerlingen worden uitgedaagd om samen te werken door de vragen die zij hebben eerst aan een medeleerling te vragen.

-          Interactievormen: Er wordt van de leerlingen een actieve werkhouding verwacht. Dit houdt in dat een leerling zich open opstelt en initiatieven durft te nemen, door bijvoorbeeld vragen te stellen of in discussie gaat met medeleerlingen/leerkracht. Daarnaast zal de leerkracht de leerlingen ook uitdagen om dit gedrag te tonen door pakkende vragen te stellen, de leerlingen aaspreken op hun niveau en interessegebied.

-          Opdrachtvormen: Leerlingen krijgen een opdracht en gaan hiermee aan de slag. Dit kan individueel of in groepsvorm. Het vraagt een stukje creativiteit van de leerlingen. Niet alleen het antwoord op het rijke rekenprobleem is dus belangrijk, maar ook het proces, de totstandkoming van het antwoord.

-          Samenwerkingsvormen: Op OBS De Bouwsteen vinden wij het belangrijk dat de leerlingen leren om samen te werken. Via deze manier van werken stimuleren wij de leerlingen om van elkaar te leren en elkaars kwaliteiten te herkennen en erkennen.

-          Spelvormen: Door middel van deze werkvorm zorgen de leerkrachten op OBS De Bouwsteen voor afwisseling in hun lessen. Vaak wordt een energizer tussen 2 lessen in gedaan om te zorgen dat de leerlingen weer nieuwe energie hebben voor een volgende les. Spelvormen zorgen er ook voor dat de situaties echt en herkenbaar worden voor de leerlingen.


Dyscalculie
Het woord dyscalculie komt uit het Grieks en Latijn betekent slecht kunnen rekenen.
Op de Bouwsteen tonen wij als eerste begrip en aandacht voor leerlingen met dyscalculie. We proberen het zelfvertrouwen te bevorderen door veel complimenten te geven. Ook is het belangrijk door ruimtelijke oriëntatie, inzicht en patroonherkenning te ontwikkelen door spelletjes als Mastermind en Tangram. Zo blijft het ook plezierig voor de leerling en voelt het niet als een straf.

 Leerlingen met dyscalculie werken het prettigst in kleine groepjes of individueel. Wij zorgen dat leerlingen met dyscalculie ’s ochtends extra uitleg krijgen bij pre-teaching. Ook zitten deze leerlingen elke week één keer bij de IB-er.

Voortgang
De voortgang van de leerlingen wordt bijgehouden in het leerlingvolgsysteem (Cito).
Wij toetsen de leerlingen aan de hand van toetsen gebaseerd op de methodegebonden toetsen. Naar aanleiding van het desbetreffende thema, maakt de leerkracht een toets. Hierbij wordt de leerlijn van de methode in acht genomen.
Idee 1: Kinderen moeten plezier hebben in rekenen

Wij vinden het belangrijk dat kinderen plezier moeten hebben in rekenen en het vak rekenen niet alleen zien als iets wat verplicht is. Op deze manier proberen wij het leergedrag bij de leerlingen te bevorderen. Als kinderen rekenen als iets plezierigs zien, zullen zij zichzelf vragen stellen met betrekking tot rekenonderwijs en hier op een creatieve manier een passende oplossing bij zoeken.

Interactie
Er vind veel interactie plaats tussen de leerlingen zelf tijdens het rekenen. De leerlingen overleggen met elkaar wat wel en niet goed is en krijgen zo ook bepaalde ideeën. Wij vinden dat er ruimte moet zijn voor kinderen om deze ideeën in de praktijk te brengen. Wanneer er ruimte wordt gegeven aan de eigen inbreng van leerlingen, zullen zij zich sneller betrokken voelen bij het leerproces (Alkema, van Dam, Kuipers, Lindhout & Tjerkstra, 2006). Om een voorbeeld te geven: twee leerlingen hebben een discussie welke boom op het schoolplein het grootste is. Als leerkracht spelen wij hierop in door de leerlingen zelf te laten ontdekken. Aansluitend hierop kan een klassikale volgen.

Werkvormen
Het plezier in rekenen proberen wij te bevorderen door veel rekenspelletjes met de kinderen te doen. Deze spelletjes worden ook gegeven naar aanleiding van de thema’s die er op onze school spelen. Ook hechten wij veel waarde aan samenwerken. Kinderen beleven veel meer plezier aan rekenen wanneer zij samen met iemand kunnen werken. Zo is ook gebleken dat leerlingen van medeleerlingen veel meer leren dan slechts luisteren naar de leerkracht.


Dit is Montessori materiaal.

Kinderen leren hier op een speelse manier keersommen maken. Dit materiaal kan in de onderbouw gebruikt worden, maar ook in de middenbouw. In de onderbouw maken de leerlingen kennis met getallen door middel van dit bord. In de middenbouw is dit keerbord handig materiaal voor het maken van keersommen.

Een ander voorbeeld is een spel voor verkort tellen. De leerkracht zegt een getal en vertelt in welke stapjes er geteld moet worden (bijvoorbeeld in sprongen van twee). Kinderen springen dan letterlijk naar een andere leerling toe totdat ze bij het desbetreffende getal zijn. Leerlingen hebben hier veel plezier mee.



Wij denken dat het plezier van de leerlingen voortkomt uit een uitdagende leeromgeving. In de onderbouw is dit terug te zien in het kleurrijke materiaal dat wij de leerlingen aanbieden. Een goed hiervan is het rekenmateriaal ‘Telwel’.  In de middenbouw hangen er kleurrijke posters in de klaslokalen die aansluiten bij het rekenonderwijs. Hier staan bijvoorbeeld tafels van 1 t/m 10 op.  In de bovenbouw laten we het rekenonderwijs terugkomen in andere vakgebieden, zoals beeldende vorming. Een voorbeeld hiervan is het laten zien van een poster van Escher.

                       
Didactiek
Met betrekking tot de didactiek willen we het plezier in rekenen te bevorderen door niet simpelweg samen te werken, maar door samenwerken in groepjes waarbij iedere leerling een taak krijgt. Dit is bijvoorbeeld goed te zien bij een rekenprobleem waarbij de leerlingen een presentatie moeten geven van het proces en de oplossing. De leerlingen worden verdeeld in groepjes waarbij de leerlingen verschillende rollen hebben; de ene leerling schrijft, de andere leerling meet, de andere leerling presenteert het etc. Vind je dit goed?

http://www.leraar24.nl/video/1548
Hier is ook een filmpje van te zien op Leraar 24. De leerlingen lossen gezamenlijk een rijk rekenprobleem op.


Metafoor


Idee 2 : Realistisch rekenen (levend rekenen)


Eén van de rekenideeën die bij ons op De Bouwsteen wordt gebruikt is het realistisch rekenen, met een uitstapje naar levend rekenen.

Realistisch rekenen is een rekendidactiek waarin concrete problemen worden voorgelegd aan de leerlingen. Deze concrete problemen worden aangeboden in contextsituaties die de leerlingen aanspreekt. Bij het oplossen maken de leerlingen gebruik van eigen strategieën en inzichten. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van 5 principes:
1.      Construeren: Een leerling werkt aan zijn eigen kennis en vaardigheden door nieuwe kennis die hij opdoet te verbinden aan de kennis die hij al heeft.
2.      Niveaus en modellen: Een zogeheten model dat gebruikt wordt is de ijsbergmetafoor. Bij dit model is een opbouw te zien in het leren rekenen.
3.      Reflecties eigen productie: Aan de hand van kernvragen, die de leerkracht stelt, leert de leerling nadenken over zijn eigen handelingen.
4.      Sociale context: Leerlingen leren van elkaar door het vergelijken en uitwisselen van rekenstrategieën of het werken in groepjes
5.      Structuren: De leerkracht maakt de samenhang tussen de verschillende rekenstof zichtbaar.
Bij levend rekenen wordt er gebruik gemaakt van de omgeving van de leerlingen. De leerlingen onderzoeken hun leef- en belevingswereld op het gebied van rekenen. Echtheid speelt een belangrijke rol. De leerkracht maakt een gezamenlijke rekenactiviteit van hetgeen de leerlingen ontdekken. Bij levend rekenen tellen en vergelijken de leerlingen, maar ook meten en schatten komen aan bod. Voorbeelden kunnen zijn grootte van het speelveld naast de school tot de maat van de schoenen.

Dit houdt in dat in de leerlijn van rekenen een hoofdlijn te zien is van realistisch rekenen. De leerkracht probeert hiernaast iets toe te voegen aan de rekenlessen door af en toe levend rekenonderwijs toe te passen.

Zoals in de inleiding beschreven vinden wij een actieve houding van de leerlingen belangrijk. Dit realiseren wij door onder andere het toepassen van verschillende werkvormen. Bij het realistisch rekenen kunnen goed alle werkvormen worden ingezet, afhankelijk van het doel van de les of activiteit.

Instructievormen worden vaak ingezet voor het uitleggen van een nieuw stukje theorie, hoewel dit ook zelfontdekkend kan. Samenwerkingsvormen komen voor bij het in een groepje oplossen van een rijk rekenprobleem.

Methode
Pluspunt is een methode die is ingesteld op realistisch rekenonderwijs. Om deze reden sluit het goed aan bij onze visie. In de boeken zijn de sommen weergegeven in realistisch contexten, die de leerlingen aanspreekt op het juiste niveau.



Wij vinden het belangrijk dat de leeromgeving de leerlingen uitdaagt tot leren en vragen stellen, het de leerlingen aanzet tot actief denken en doen.
Er is een aparte instructietafel, waar de leerkracht na de klassikale uitleg, extra uitleg kan geven aan de leerlingen die dit nodig hebben. Alle boeken en materialen die de leerlingen eventueel nodig hebben staan in een aparte rekenkast, waar de leerlingen makkelijk bij kunnen. Materialen die in de rekenkast kunnen staan variëren van linialen en passers tot weegschalen en zandlopers. Materialen die vrij ontdekkend leren toestaan, wat aansluit bij het levend rekenen.

Rekenbevordering
Door de uitdagende omgeving, de variatie in werkvormen, de methode en enthousiaste leerkrachten hopen wij het leergedrag op onder andere rekenonderwijs te bevorderen bij onze leerlingen.
Leerkrachten kijken naar leerlingen individueel, maar houden hierbij de klas als geheel in het oog. Wij zorgen voor rekenbevordering door leerlingen individueel aan te spreken en uit te dagen. Maar ook heel belangrijk door leerlingen samen te laten werken en elkaar te enthousiasmeren voor de vragen op het gebied van rekenen die zij als leerlingen hebben. Het is de taak van de leerkracht hierop in te spelen en voldoende materialen en mogelijkheden te bieden om tot een oplossing van het vraagstuk te komen.

Metafoor



Idee 3: Rekenen wordt gegeven in thema’s 


Methode
De methode Pluspunt werkt aan de hand van thema’s.  Zoals eerder is beschreven wordt er ook met de methode Kien gewerkt voor de sterke rekenaars.
Naast het werken in de methodeboeken maken wij ook gebruik van aanvullen materiaal door gebruik te maken van de leeromgeving, zoals bij het levend rekenen beschreven is.

Werkvormen
Bij het werken in thema’s wordt er veel gebruik gemaakt van de didactische werkvorm: spelvormen. Deze werkvorm is eerder uitgelegd in de inleiding.

Zoals eerder al vertelt, werkt de methode Pluspunt aan de hand van thema’s die drie weken duren. Dit vraagt enige organisatie van de leerkracht. Omdat onze school een uitdagende leeromgeving belangrijk vindt, zullen we bij de thema’s ook letten op de inrichting van de leeromgeving.
Bijvoorbeeld bij het thema koken zorgen wij voor concreet materiaal, zoals weegschalen en maatbekers waarmee de leerlingen zelf ontdekkend kunnen leren.
Bij sommige thema’s is de hulp van ouders gewenst. Ouders kunnen op deze manier een positieve bijdrage levering aan de ontwikkeling van hun eigen kind en dat van anderen.


Interactie vinden wij als school belangrijk, zo ook binnen het rekenonderwijs. Dit visualiseren wij door gebruik te maken van thema hoeken in de klaslokalen. In de kleutergroepen richten wij de poppenhoek in als een winkel tijdens het thema winkel. Hier kan geoefend worden met het herkennen van geld. In de hogere groepen kan er een markt worden georganiseerd waar de leerlingen spullen maken die ze zelf kunnen verkopen. Op deze manier leren de leerlingen in realistische situaties omgaan met geld.
Bij de themahoeken heeft de leerkracht meer een begeleidende rol en zal het meer leerlinggestuurd zijn. Dit vraagt veel interactie van de leerlingen naar elkaar en ook naar de leerkracht toe, door het durven stellen van vragen.

Metafoor




Idee 4: IJsbergmetafoor  


De ijsbergmetafoor bestaat uit 4 fasen:
  1. Verkenning van uiterlijk en functionaliteit
  2. Verkenning van inhoud en structuur
  3. Werken met getalrelaties
  4. Formele opgaven

Op onze school houden wij deze opbouw aan tijdens de ontwikkeling op het gebied van rekenonderwijs bij de leerlingen.

In de eerste fase maken de leerlingen kennis met de verschijningsvormen en uiterlijk van de getallen. Gekoppeld hieraan zijn de mogelijke bewerkingen en de functie van getallen. Dit alles gebeurd in concrete, betekenisvolle contexten. Het gaat hier vooral om het onderscheiden van getallen van andere tekens en letters.

De tweede fase sluit aan op de eerste fase. Waar de eerste fase zich nog richtte op het uiterlijk gaat de tweede fase in op de inhoud en hoeveelheden van getallen. Leerlingen ontdekken door onderzoeken structuur in een onbepaalde hoeveelheid. Een voorbeeld van zo’n structuur kan zijn, paren schoenen markeren in een grote stapel van schoenen. Of de 5-structuur om handig te rekenen. Deze fase richt zich op het aanbrengen van ordening in een hoeveelheid van iets die op het eerste oog niet te tellen lijkt te zijn. Leerlingen ontdekken wiskundige eigenschappen en patronen. Belangrijk hierbij is het symboliseren van de betekenisvolle context. Dit is het eerste stapje in afstand nemen van de context.

De symbolisatie die in de vorige fase nog nodig was, hebben leerlingen niet meer nodig. Leerlingen zien dat hoeveelheden een samenstelling van andere getallen kunnen zijn. Dit wil niet zeggen dat de leerlingen geen materiële ondersteuning meer nodig hebben, juist wel. Het is belangrijk om de stap naar de kale sommen geleidelijk aan af te bouwen. Voorbeelden van materiaal kunnen zijn; een lege getallenlijn of geld. Belangrijk bij deze fase is het ontwikkelen van een notatievorm, deze zal steeds formeler worden.

Leerlingen hebben in de vorige fasen geleerd over de getallen. Nu is het de taak om deze getallen te gebruiken in formele opgaven (zonder betekenis). Evenals het automatiseren en soms het automatiseren. Als een leerling niet uit de formele som komt, kan het terug kijken naar hetgeen hij geleerd heeft in de vorige fasen, door bijvoorbeeld een betekenis te koppelen aan de kale som. Oftewel de laatste fase is het topje van de ijsberg!

 

Metafoor


Idee 5: Ieder kind op zijn eigen niveau


Voor het vak rekenen werken we met niveaugroepen. Op deze manier kunnen de kinderen op hun eigen tempo werken.

Inrichting van de leeromgeving
In het klaslokaal staat een instructietafel waaraan er uitleg gegeven kan worden. Ook staan er twee extra tafeltjes met schermen en koptelefoons voor leerlingen die zich wat minder kunnen concentreren. Op de gang is ook plek voor leerlingen die opdrachten samen willen maken.

Aan het begin van de dag moeten de kinderen zelfstandig lezen. In deze tijd wordt er pre-teaching gegeven aan de instructietafel aan de leerlingen die dit nodig hebben. Pre-teaching is het voorbereiden op de leerstof aan zwakke leerlingen, waardoor de leerlingen succes ervaringen op kunnen doen (SLO, z.j.). Wanneer er dan klassikale instructie wordt gegeven, is dit bekend voor de zwakkere rekenaars. Zo krijgen ze dus meer zelfvertrouwen en succeservaringen omdat ze al weten hoe het moet. Ook kan er na de klassikale instructie nog extra uitleg worden gegeven aan de instructietafel.

Methodes of niet
Wij werken vanuit een methode en vullen dit aan met eigen lesmateriaal die aansluit bij de thema’s die we hebben. De leerkracht stimuleert de leerlingen ook om zelf met rekenproblemen naar voren te komen. Leerlingen kunnen dit of in groepjes oplossen of er wordt klassikaal aandacht aan besteed.
Naast de schoolbrede methode die gebruikt wordt, maken wij gebruik van de rekenmethode Kien. Deze methode is speciaal bedoeld voor kinderen die extra verdieping aankunnen en dit willen.
De methode is zo opgebouwd dat de leerlingen zelfstandig de opdrachten uit het boek kunnen maken. Een voordeel is dat leerlingen niet vooruit werken, maar verdiepende opdrachten maken.

De dag start met een halfuurtje zelfstandig lezen. De leerkracht heeft op deze manier tijd om aandacht te besteden aan de zwakke rekenaars door middel van pre-teaching.
Verder wordt er klassikale instructie voor alle leerlingen. De sterke rekenaars mogen tijdens de uitleg als ze het begrijpen al zelfstandig aan het werk gaan. Achteraf kan er nog extra instructie aan de instructietafel worden gegeven.


Metafoor


Tot slot


Kort geleden heeft onze school gehoord van de nieuwe rekenmethode Wizwijs. Deze methode is nog vrij nieuw. Veel van deze methode spreekt ons als school aan. Wij willen hier ons eerst meer in verdiepen, voor wij eventueel overstappen naar deze methode. U als ouder, wordt hier tijdig over voorgelicht in een ouderavond. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten