donderdag 31 mei 2012

Toepassingskaart 7: Leerlingvolgsysteem


Leerlingvolgsysteem

Opdracht A
Het leerlingvolgsysteem op mijn stageschool heet Parnassys. Met leerlingvolgsysteem Parnassys worden methodetoetsen en niet-methodetoetsen (CITO én DLE-toetsen) vastgelegd.  Daarnaast kan de sociaal-emotionele ontwikkeling gevolgd worden met ZIEN!. ZIEN! is een webbased expertsysteem dat meer doet dan het volgen van de leerling. ZIEN! geeft op basis van een analyse van observaties concrete doelen en handelingssuggesties.

De school vindt het een prettig LVS en velen zien het niet als verplichting. Wel hoor ik soms wat gemopper dat de absentie bijvoorbeeld nog ingevuld moet worden, maar dat kan ik wel begrijpen.
Mijn mentor vindt het ook een erg fijn LVS. Een aantal redenen van haar:

- Het is volledig webbased, je hebt geen technisch onderhoud meer op
school: een verademing.

- Het is een volledig geintegreerd pakket van leerlingadministratie,
leerlingvolgsysteem, digitaal dossier (bestanden toevoegen en oneindig veel
soorten notities), toetsregistratiesysteem (methode- en niet-methode),
rapportmodule

- De bouwers luisteren goed naar klanten en verwerken voortdurend
aanpassingen zoals die door gebruikers als wens worden aangegeven(er moet
natuurlijk wel voldoende vraag zijn) Je hoeft niet te wachten op een jaarlijkse
update.

- Het uiterlijk van het pakket is overzichtelijk.

- Je kunt mailings verzenden naar ouders van een enkel kind, van een
klas of de hele school

- Er is een module ZIEN; sociaal emotioneel expertsysteem voor
observatie en handelen.

Ik zelf heb gemerkt dat ik het ook een fijn systeem vind! Volgend jaar ga ik hier tijdens mijn LIO mee werken en ik zie dit zeker zitten.


Opdracht B 
Twee leerlingvolgsystemen die ons als school aanspreken zijn Cito en Parnassys. Om tot een verantwoorde keuze voor het leerlingvolgsysteem van ‘De Bouwsteen’ te komen hebben wij deze systemen vergeleken en afgezet tegen onze uitgangspunten. Wij hebben gekeken wat voor ons als school belangrijk is en hoe een leerlingvolgsysteem daar bij aan kan sluiten.

Leerlingvolgsysteem 1: Cito
Cito geeft de ontwikkeling van alle typen kinderen weer. Er worden een of twee maal per jaar toetsen bij de leerlingen afgenomen. Kleuters maken toetsen voor taal, ordenen en ruimte en tijd. Het volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling gaat via VISEON, wat staat voor VolgInstrument Sociaal-Emotionele Ontwikkeling. Bij leerlingen van groep 1 en 2 wordt er eenmaal per jaar een observatielijst ingevuld, waar er wordt gekeken naar sociaal gedrag, welbevinden en speelwerkhouding. Bij leerlingen van groep 3 tot en met groep 8 worden er twee maal per jaar observatielijsten ingevuld. De leerkracht vult een (digitale) lijst in en vanaf groep 5 vult ook de leerling een (digitale) lijst in. De antwoorden die de leerkracht geeft op de leerkrachtlijst zijn gebaseerd op de observaties van de leerkracht. In de lijst komen vier dimensies van het sociaal-emotioneel functioneren aan bod: zorgvuldige versus onzorgvuldige werkhouding, aangenaam versus storend gedrag, emotionele stabiliteit versus emotionele instabiliteit en sociaal versus teruggetrokken gedrag. De lijst die de leerling invult is een zelfbeoordelingslijst. In deze lijst komen de aspecten zelfvertrouwen, werkhouding, relatie met de leerkracht, relatie met andere leerlingen en schoolbeeld aan bod. De resultaten van de twee lijsten worden naast elkaar neergelegd, waardoor er een completer beeld ontstaat. Cito heeft ook toetsen voor speciale leerlingen, uit cluster één, twee, drie en vier,  voor leerlingen op het speciaal basisonderwijs en voor zorgleerlingen in het basisonderwijs. Voor de laatst genoemde groep zijn de toetsen aangepast op een manier waarop de leerling nauwelijks ervaart dat hij een aangepaste toets maakt. Sommige toetsen van Cito worden digitaal aangeboden. Deze toetsen zijn adaptief: de computer selecteert opgaven die het beste aansluiten bij de vaardigheid van een leerling.

Cito geeft aan wanneer een gedragsvorm als problematisch wordt beschouwd. Bij leerlingen met een aandachts- of risicoscore geeft een categorieënanalyse een beschrijving van het opvallende leerlinggedrag. Op basis van deze informatie kan de leerkracht met de leerling in gesprek gaan. Ook kan de leerkracht kijken naar de prestaties van de leerlingen op andere gebieden. Handvatten voor handelen kunnen leerkrachten vervolgens vinden op de website sociaal-emotioneel van Cito. Hier staan voor elke dimensie specifieke lesplannen en aanvullende informatie. 
Wanneer een leerkracht leerlingen door de jaren heen met VISEON op sociaal-emotioneel gebied systematisch volgt, kan er nagegaan worden of eerdere interventies zinvol zijn geweest en of leerlingen zich positief of negatief ontwikkelen op de onderzochte dimensies. 
Bevindt de score van een leerling zich in het aandachts- of risicogebied dan verzamelt de leerkracht nadere informatie over het functioneren van de leerling. 

De resultaten van individuele leerlingen kunnen verwerkt worden tot groepsoverzichten en schoolrapporten. Het groepsoverzicht maakt duidelijk hoe de groep er als geheel voor staat. Wanneer blijkt dat een groep als geheel bepaalde vaardigheden minder goed beheerst, dan moet er geprobeerd worden te achterhalen wat de mogelijke oorzaak daarvan is. Vervolgens worden er passende maatregelen genomen. Bij de volgende toetsafname wordt er bepaald of deze maatregelen effect hebben gehad.

Het computerprogramma LOVS helpt een leerkracht bij het verwerken van de toetsresultaten. Het programma is een geavanceerd en uitgebreid programma om toetsresultaten te analyseren en te rapporteren. Wanneer een leerling een toets heeft gemaakt, wordt er gewerkt volgens het principe signaleren, analyseren en handelen. Als een leerling uitvalt op een bepaald onderdeel wordt er aanvullende informatie verzameld, waarna er wordt overlegd en een plan wordt gemaakt. Vervolgens wordt het plan uitgevoerd en geëvalueerd. Cito geeft niet duidelijk aan wat de diagnosemogelijkheden zijn, zij geven aan dat er een helpdesk is die ingeschakeld kan worden.

De site van het Cito volgsysteem vertelt niet duidelijk wanneer er bij een kind naar extreme deskundigheid moet worden gezocht. Wanneer het principe van signaleren, analyseren en handelen geen resultaat geeft, kan er waarschijnlijk naar deskundigheid gezocht worden.

De toetsen van Cito kunnen op papier en op de computer gemaakt worden. Wanneer de resultaten van de leerling niet aan de verwachtingen voldoen, vindt het principe van signaleren, analyseren en handelen plaats. Cito biedt verschillende hulpmogelijkheden om de leerling te begeleiden. Zo kan er gebruik gemaakt worden van hulpboeken, projectboeken en spelboeken. Dit verschilt echter per toets. Bij de toets technisch lezen kan er verder getoetst worden met DMT en/of AV wanneer een leerling uitvalt. Daarmee krijgt de leerkracht  meer diagnostische informatie over hun technische leesvaardigheid. In de handleiding bij de toetsen Leestechniek & Leestempo en Technisch lezen kan meer informatie gevonden worden over mogelijke oorzaken van een achterblijvende technische leesvaardigheid en de manieren waarop leerlingen met een achterstand geholpen kunnen worden. Dit vindt de leerkracht vanzelfsprekend ook in de handleiding van het toetspakket DMT en AVI. Zo wordt er in iedere handleiding ingegaan op het bieden van extra hulp.

De site van Cito geeft niet duidelijk aan hoeveel tijd een leerkracht bezig is per leerling per jaar. Per groep is dit verschillend. Sommige toetsen vinden tweemaal per jaar plaats, andere toetsen een maal per jaar. Een toets maken kost gemiddeld veertig à vijftig minuten. Bij de kleuters kost een toets afnemen gemiddeld 20 à 30 minuten. Het afnemen van observatielijsten kost de leerkracht tien minuten per leerling. Leerlingen vullen zelf ook een lijst in, wat ongeveer vijftien minuten duurt.
Na het maken van de toetsen moeten de toetsen nagekeken en ingevoerd worden in het computerprogramma. Het programma verwerkt de resultaten. Wanneer een leerling extra hulp nodig heeft wordt er een plan gemaakt en uitgevoerd. Er kunnen cursussen bij Cito gevold worden, die de leerkracht ook tijd kosten.

Leerlingvolgsysteem 2: Parnassys

Met leerlingvolgsysteem Parnassys worden methodetoetsen en niet-methodetoetsen (CITO én DLE-toetsen) vastgelegd.  Daarnaast kan de sociaal-emotionele ontwikkeling gevolgd worden met ZIEN!. ZIEN! is een webbased expertsysteem dat meer doet dan het volgen van de leerling. ZIEN! geeft op basis van een analyse van observaties concrete doelen en handelingssuggesties.

ParnasSys heeft samen met een aantal SO-scholen een module leerlijnen ontwikkeld. Hiermee is het mogelijk om het werken met leerlijnen digitaal te plannen en te registreren.

Per leerling worden de gegevens ingevoerd en verwerkt in een grafiek. De grafiek is makkelijk af te lezen. De toetsen in de grafiek worden vergeleken met inspectienormeringen. Zo is het te zien wanneer leergedrag problematisch is.

Met Parnassys kunnen er ook groepsoverzichten gemaakt worden.  Indien nodig kunnen er groepsplannen gemaakt en beheert worden met het volgsysteem.

ParnasSys kent het ontwikkelingsperspectief. Per leerling per vakgebied per jaar kan een ontwikkelingsprognose vastgelegd worden. Deze informatie wordt op grafische wijze weergegeven.
Parnassys geeft niet duidelijk aan wat diagnosemogelijkheden zijn, om opgespoorde kinderen verder te onderzoeken.

Wanneer een leerling onvoldoende presteert worden er handelingsplannen gemaakt. Deze plannen worden uitgevoerd. Er wordt niet duidelijk op de site van Parnassys aangegeven wanneer er bij een leerling naar externe deskundigheid moet worden gezocht.

ParnasSys geeft naast het niveau en de vaardigheidsscore ook de niveauwaarde, de DL en het DLE. Daarnaast laat ParnasSys het Leerrendement zien. Dit wordt zelfs weergegeven in procenten en in aantal maanden voorsprong of achterstand. Zodoende beschikt de leerkracht niet alleen over de basale gegevens, maar krijgt hij ook extra informatie. Belangrijk voor het vormen van een helder beeld van de betreffende leerling en het maken van de juiste keuzes in de individuele zorg.
De signaallijnen (DL/DLE) kunnen per vormingsgebied per kind worden bijgesteld. Vanaf groep 1 genereert ParnasSys een totaaloverzicht toetsen van de schoolloopbaan. Daarmee brengt ParnasSys historie, proces en actuele resultaten samen in één overzicht. Bij Parnassys kunnen gemakkelijk plannen gemaakt worden  volgens de 1-zorgroute.

Op de site van Parnassys wordt niet duidelijk omschreven hoe veel tijd een laarkracht per leerling bezig is met het leerlingvolgsysteem. Er wordt een aantal malen genoemd dat je met ParnasSys snel kunt leren werken. Medewerkers  zien door de slimme rechtenstructuur alleen die dingen waar zij iets mee te maken hebben. Dat maakt ParnasSys erg overzichtelijk en gebruikersvriendelijk. Een leerkracht moet toetsen afnemen en invullen, observatielijsten afnemen en invullen en wanneer nodig moeten er hulpplannen gemaakt en beheert worden.
Daarnaast kun je je laten bijscholen bij Parnassys, wat ook tijd kost.

Conclusie
Beide leerlingvolgsystemen hebben voordelen. Bij Parnassys kan niet alleen het leerlingvolgsysteem weergeven worden, maar ook alle administratie kan verwerkt worden in het computerprogramma. Ook kunnen er bij Parnassys verschillende toetsen verwerkt worden, methode gebonden toetsen en methoden onafhankelijke toetsen. Cito geeft het voordeel dat toetsen in veel gevallen ook digitaal gemaakt kunnen worde. Deze toetsen zijn adaptief. Parnassys heeft geen eigen toetsen, maar er moeten apart toetsen aangevraagd worden om te verwerken in het leerlingvolgsysteem. Het leerlingvolgsysteem van Cito heeft toetsen op verschillende gebieden die gemakkelijk verwerkt kunnen worden. Als team van De Bouwsteen gaat onze voorkeur uit naar leerlingvolgsysteem Cito. Wij vinden het belangrijk dat kinderen vaardig worden met de computer. Daarnaast hebben wij veel aandacht voor het individuele kind. Het voordeel van digitaal toetsen voor het kind is dat de toetsen in sommige gevallen adaptief zijn: de computer selecteert opgaven die het beste aansluiten bij de vaardigheid van een leerling. Dat vinden wij op de Bouwsteen van belang; ieder kind gaat immers een eigen ontwikkeling door.
Wij werken op De Bouwsteen niet met methodes. Wel halen wij de leerlijn uit methodes en creëren onze eigen lessen. Dit gebeurt aan de hand van thema’s. Bij de vakken taal en rekenen worden de methodetoetsen aangepast aan de schoolbrede thema’s. Cito is een methode onafhankelijk systeem, dat toetsen voor verschillende vakgebieden biedt.


Opdracht C
Wij hebben bij het zoeken naar leerlingvolgsystemen gelet op het feit dat het systeem makkelijk in gebruik is. Ook hebben wij gekeken naar de manier van toetsen. Omdat wij als school werken met de methode als leidraad zochten wij naar een leerlingvolgsysteem waarbij er methode onafhankelijke toetsen gemaakt en ingevoerd konden worden. Wij zijn uitgekomen bij de leerlingvolgsystemen van Cito en Parnassys. Voor ons leerlingvolgsysteem hebben wij gekeken naar verschillende zaken. Zo vinden wij het belangrijk dat er voor verschillende type leerlingen toetsen zijn en overzichten. Wij vinden het belangrijk dat er een makkelijk overzicht is per leerling, zodat wij kunnen zien wanneer een leerling extra hulp nodig heeft. Ook het volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling vinden wij erg belangrijk, het invullen van observatielijsten geeft ons steun.Het voordeel van Parnassys is dat ook de administratie en alle andere bijkomende zaken in te  voeren zijn in het computerprogramma, waardoor met één druk op de knop alle informatie beschikbaar is. Sterk aan beide volgsystemen is dat zij werken met grafieken. De resultaten van de leerlingen zijn makkelijk te bekijken in een grafiek.  Zo is de ontwikkeling in één oogopslag te zien. Beide volgsystemen werken op drie niveaus’: leerlingniveau, groepsniveau en schoolniveau. Zo is niet alleen de ontwikkeling van de leerling te zien, maar ook van de groep en school, en zo het resultaat van de leerkracht(en). Wij nemen de landelijke norm om het niveau in de groep te kunnen peilen, met deze systemen is dat gemakkelijk mogelijk.
De Bouwsteen volgt geen specifieke methodes. Wel halen wij de leerlijn uit methodes en creëren onze eigen lessen. Dit gebeurt aan de hand van thema’s. Alle lessen hebben te maken met hetzelfde
thema.
In groep 1 en 2 krijgen de leerlingen nog geen rapport mee naar huis. De werkjes die het kind in deze
twee groepen gemaakt heeft worden verzamelt in een plakboek dat het kind na deze twee jaar mee
naar huis krijgt. De leerlingen van groep 3 t/m 8 krijgen wel een rapport mee naar
huis. Dit rapport wordt gebaseerd op de resultaten uit het leerlingvolgsysteem en de
schoolprestaties.  Leerlingen maken tijdens de thema’s verschillende opdrachten op verschillende vakgebieden. Deze opdrachten worden verzameld en vormen het portfolio van de leerling. Wij willen de portfolio’s combineren met het leerlingvolgsysteem van Cito, om zo een duidelijk mogelijk beeld te krijgen van de ontwikkeling van de leerling.  Wanneer leerlingen uitvallen op onderdelen kan er met behulp van het computerprogramma leerlingvolgsysteem Cito een handelingsplan gemaakt worden. Dit plan kan door de leerkracht en de intern begeleider uitgevoerd worden. Het voordeel van toetsen met Cito is dat de toetsen in veel gevallen ook digitaal gemaakt kunnen worden. Op De Bouwsteen hebben wij een laptopkar met een laptop voor ieder kind in de klas beschikbaar. Het voordeel van digitaal toetsen voor het kind is dat de toetsen in sommige gevallen adaptief zijn: de computer selecteert opgaven die het beste aansluiten bij de vaardigheid van een leerling. Dat vinden wij op de Bouwsteen van belang; ieder kind gaat immers een eigen ontwikkeling door.
Op De Bouwsteen valt  zelfstandig werken onder het werken aan leerstof zonder directe hulp van de
leerkracht. Wel heeft de leerkracht een begeleidende functie. Vanaf groep drie werken de kinderen met een weektaak. Op de weektaak staat wat de kinderen per week gedaan moeten hebben. Wanneer zij dit gedaan hebben, kruisen zij dit zelf af. Van de kinderen wordt verwacht dat zij aan het eind van de week hun weektaak volbracht hebben. Door met een weektaak te werken leren de kinderen om zelfstandig opdrachten te maken. Als leerkracht hebben wij dus een begeleidende taak. Wij hebben tijd om leerlingen te observeren. In combinatie met de observatie lijsten van VISEON geeft dit ons een zo duidelijk mogelijk beeld van de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten