Leerlingvolgsysteem
Opdracht A
Het leerlingvolgsysteem op mijn stageschool heet Parnassys. Met leerlingvolgsysteem Parnassys worden methodetoetsen en niet-methodetoetsen (CITO én DLE-toetsen) vastgelegd. Daarnaast kan de sociaal-emotionele ontwikkeling gevolgd worden met ZIEN!. ZIEN! is een webbased expertsysteem dat meer doet dan het volgen van de leerling. ZIEN! geeft op basis van een analyse van observaties concrete doelen en handelingssuggesties.
De school vindt het een prettig LVS en velen zien het niet als verplichting. Wel hoor ik soms wat gemopper dat de absentie bijvoorbeeld nog ingevuld moet worden, maar dat kan ik wel begrijpen.
Mijn mentor vindt het ook een erg fijn LVS. Een aantal redenen van haar:
- Het is
volledig webbased, je hebt geen technisch onderhoud meer op
school: een
verademing.
- Het is een
volledig geintegreerd pakket van leerlingadministratie,
leerlingvolgsysteem,
digitaal dossier (bestanden toevoegen en oneindig veel
soorten
notities), toetsregistratiesysteem (methode- en niet-methode),
rapportmodule
- De bouwers
luisteren goed naar klanten en verwerken voortdurend
aanpassingen
zoals die door gebruikers als wens worden aangegeven(er moet
natuurlijk
wel voldoende vraag zijn) Je hoeft niet te wachten op een jaarlijkse
update.
- Het
uiterlijk van het pakket is overzichtelijk.
- Je kunt
mailings verzenden naar ouders van een enkel kind, van een
klas of de
hele school
- Er is een
module ZIEN; sociaal emotioneel expertsysteem voor
observatie
en handelen.
Ik zelf heb gemerkt dat ik het ook een fijn systeem vind! Volgend jaar ga ik hier tijdens mijn LIO mee werken en ik zie dit zeker zitten.
Opdracht B
Twee
leerlingvolgsystemen die ons als school aanspreken zijn Cito en Parnassys. Om
tot een verantwoorde keuze voor het leerlingvolgsysteem van ‘De Bouwsteen’ te
komen hebben wij deze systemen vergeleken en afgezet tegen onze uitgangspunten.
Wij hebben gekeken wat voor ons als school belangrijk is en hoe een
leerlingvolgsysteem daar bij aan kan sluiten.
Leerlingvolgsysteem 1: Cito
Cito geeft
de ontwikkeling van alle typen kinderen weer. Er worden een of twee maal per
jaar toetsen bij de leerlingen afgenomen. Kleuters maken toetsen voor taal, ordenen
en ruimte en tijd. Het volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling
gaat via VISEON, wat staat voor VolgInstrument Sociaal-Emotionele
Ontwikkeling. Bij leerlingen van groep 1 en 2 wordt er
eenmaal per jaar een observatielijst ingevuld, waar er wordt gekeken naar sociaal
gedrag, welbevinden en speelwerkhouding. Bij leerlingen van groep 3 tot en met
groep 8 worden er twee maal per jaar observatielijsten ingevuld. De leerkracht
vult een (digitale) lijst in en vanaf groep 5 vult ook de leerling een
(digitale) lijst in. De antwoorden die de leerkracht geeft op de leerkrachtlijst zijn
gebaseerd op de observaties van de leerkracht. In de lijst komen
vier dimensies van het sociaal-emotioneel functioneren aan bod:
zorgvuldige versus onzorgvuldige werkhouding, aangenaam versus storend gedrag,
emotionele stabiliteit versus emotionele instabiliteit en sociaal versus
teruggetrokken gedrag. De lijst die de leerling invult is een zelfbeoordelingslijst.
In deze lijst komen de aspecten zelfvertrouwen, werkhouding, relatie met de
leerkracht, relatie met andere leerlingen en schoolbeeld aan bod. De resultaten
van de twee lijsten worden naast elkaar neergelegd, waardoor er een completer
beeld ontstaat. Cito heeft ook toetsen
voor speciale leerlingen, uit cluster één, twee, drie en vier, voor leerlingen op het speciaal
basisonderwijs en voor zorgleerlingen in het basisonderwijs. Voor de laatst
genoemde groep zijn de toetsen aangepast op een manier waarop de leerling
nauwelijks ervaart dat hij een aangepaste toets maakt. Sommige toetsen van Cito
worden digitaal aangeboden. Deze toetsen zijn adaptief: de computer selecteert opgaven die het beste
aansluiten bij de vaardigheid van een leerling.
Cito geeft aan wanneer een gedragsvorm als
problematisch wordt beschouwd. Bij leerlingen met een aandachts- of risicoscore geeft een
categorieënanalyse een beschrijving van het opvallende leerlinggedrag. Op basis
van deze informatie kan de leerkracht met de leerling in gesprek gaan. Ook kan
de leerkracht kijken naar de prestaties van de leerlingen op andere gebieden. Handvatten
voor handelen kunnen leerkrachten vervolgens vinden op de website
sociaal-emotioneel van Cito. Hier staan voor elke dimensie specifieke lesplannen
en aanvullende informatie.
Wanneer een leerkracht leerlingen door de jaren heen met VISEON op sociaal-emotioneel gebied systematisch volgt, kan er nagegaan worden of eerdere interventies zinvol zijn geweest en of leerlingen zich positief of negatief ontwikkelen op de onderzochte dimensies.
Bevindt de score van een leerling zich in het aandachts- of risicogebied dan verzamelt de leerkracht nadere informatie over het functioneren van de leerling.
Wanneer een leerkracht leerlingen door de jaren heen met VISEON op sociaal-emotioneel gebied systematisch volgt, kan er nagegaan worden of eerdere interventies zinvol zijn geweest en of leerlingen zich positief of negatief ontwikkelen op de onderzochte dimensies.
Bevindt de score van een leerling zich in het aandachts- of risicogebied dan verzamelt de leerkracht nadere informatie over het functioneren van de leerling.
De resultaten van
individuele leerlingen kunnen verwerkt worden tot groepsoverzichten en
schoolrapporten. Het groepsoverzicht maakt duidelijk hoe de groep er als geheel
voor staat. Wanneer blijkt dat een groep als geheel bepaalde vaardigheden
minder goed beheerst, dan moet er geprobeerd worden te achterhalen wat de
mogelijke oorzaak daarvan is. Vervolgens worden er passende maatregelen
genomen. Bij de volgende toetsafname wordt er bepaald of deze maatregelen
effect hebben gehad.
Het computerprogramma LOVS helpt een leerkracht bij het verwerken van de toetsresultaten. Het programma is een geavanceerd en uitgebreid programma om toetsresultaten te analyseren en te rapporteren. Wanneer een leerling een toets heeft gemaakt, wordt er gewerkt volgens het principe signaleren, analyseren en handelen. Als een leerling uitvalt op een bepaald onderdeel wordt er aanvullende informatie verzameld, waarna er wordt overlegd en een plan wordt gemaakt. Vervolgens wordt het plan uitgevoerd en geëvalueerd. Cito geeft niet duidelijk aan wat de diagnosemogelijkheden zijn, zij geven aan dat er een helpdesk is die ingeschakeld kan worden.
Het computerprogramma LOVS helpt een leerkracht bij het verwerken van de toetsresultaten. Het programma is een geavanceerd en uitgebreid programma om toetsresultaten te analyseren en te rapporteren. Wanneer een leerling een toets heeft gemaakt, wordt er gewerkt volgens het principe signaleren, analyseren en handelen. Als een leerling uitvalt op een bepaald onderdeel wordt er aanvullende informatie verzameld, waarna er wordt overlegd en een plan wordt gemaakt. Vervolgens wordt het plan uitgevoerd en geëvalueerd. Cito geeft niet duidelijk aan wat de diagnosemogelijkheden zijn, zij geven aan dat er een helpdesk is die ingeschakeld kan worden.
De site van het Cito volgsysteem vertelt
niet duidelijk wanneer er bij een kind naar extreme deskundigheid moet worden
gezocht. Wanneer het principe van signaleren, analyseren en handelen geen
resultaat geeft, kan er waarschijnlijk naar deskundigheid gezocht worden.
De toetsen van Cito kunnen op papier en op
de computer gemaakt worden. Wanneer de resultaten van de leerling niet aan de
verwachtingen voldoen, vindt het principe van signaleren, analyseren en
handelen plaats. Cito biedt verschillende hulpmogelijkheden om de leerling te
begeleiden. Zo kan er gebruik gemaakt worden van hulpboeken, projectboeken en
spelboeken. Dit verschilt echter per toets. Bij de toets technisch lezen kan er
verder getoetst worden met DMT en/of AV wanneer
een leerling uitvalt. Daarmee krijgt de leerkracht meer diagnostische informatie over hun
technische leesvaardigheid. In de handleiding bij de toetsen Leestechniek &
Leestempo en Technisch lezen kan meer informatie gevonden worden over mogelijke
oorzaken van een achterblijvende technische leesvaardigheid en de manieren
waarop leerlingen met een achterstand geholpen kunnen worden. Dit vindt de
leerkracht vanzelfsprekend ook in de handleiding van het toetspakket DMT en
AVI. Zo wordt er in iedere handleiding ingegaan op het bieden van extra hulp.
De site van Cito geeft niet duidelijk aan
hoeveel tijd een leerkracht bezig is per leerling per jaar. Per groep is dit
verschillend. Sommige toetsen vinden tweemaal per jaar plaats, andere toetsen
een maal per jaar. Een toets maken kost gemiddeld veertig à vijftig minuten.
Bij de kleuters kost een toets afnemen gemiddeld 20 à 30 minuten. Het afnemen
van observatielijsten kost de leerkracht tien minuten per leerling. Leerlingen
vullen zelf ook een lijst in, wat ongeveer vijftien minuten duurt.
Na het maken van de toetsen moeten de
toetsen nagekeken en ingevoerd worden in het computerprogramma. Het programma
verwerkt de resultaten. Wanneer een leerling extra hulp nodig heeft wordt er
een plan gemaakt en uitgevoerd. Er kunnen cursussen bij Cito gevold worden, die
de leerkracht ook tijd kosten.
Leerlingvolgsysteem 2: Parnassys
Met leerlingvolgsysteem Parnassys worden
methodetoetsen en niet-methodetoetsen (CITO én DLE-toetsen) vastgelegd. Daarnaast kan de sociaal-emotionele
ontwikkeling gevolgd worden met ZIEN!. ZIEN! is een webbased expertsysteem dat
meer doet dan het volgen van de leerling. ZIEN! geeft op basis van een analyse
van observaties concrete doelen en handelingssuggesties.
ParnasSys heeft samen met een aantal
SO-scholen een module leerlijnen ontwikkeld. Hiermee is het mogelijk om het
werken met leerlijnen digitaal te plannen en te registreren.
Per leerling
worden de gegevens ingevoerd en verwerkt in een grafiek. De grafiek is makkelijk
af te lezen. De toetsen in de
grafiek worden vergeleken met inspectienormeringen. Zo is het te zien wanneer
leergedrag problematisch is.
Met
Parnassys kunnen er ook groepsoverzichten gemaakt worden. Indien nodig kunnen er groepsplannen gemaakt
en beheert worden met het volgsysteem.
ParnasSys kent het
ontwikkelingsperspectief. Per leerling per vakgebied per jaar kan een
ontwikkelingsprognose vastgelegd worden. Deze informatie wordt op grafische
wijze weergegeven.
Parnassys geeft niet duidelijk aan wat
diagnosemogelijkheden zijn, om opgespoorde kinderen verder te onderzoeken.
Wanneer een
leerling onvoldoende presteert worden er handelingsplannen gemaakt. Deze
plannen worden uitgevoerd. Er wordt niet duidelijk op de site van Parnassys
aangegeven wanneer er bij een leerling naar externe deskundigheid moet worden
gezocht.
ParnasSys geeft naast het niveau en de
vaardigheidsscore ook de niveauwaarde, de DL en het DLE. Daarnaast laat
ParnasSys het Leerrendement zien. Dit wordt zelfs weergegeven in procenten en
in aantal maanden voorsprong of achterstand. Zodoende beschikt de leerkracht niet alleen over de
basale gegevens, maar krijgt hij ook extra informatie. Belangrijk voor het
vormen van een helder beeld van de betreffende leerling en het maken van de
juiste keuzes in de individuele zorg.
De signaallijnen (DL/DLE) kunnen per vormingsgebied per kind worden bijgesteld. Vanaf groep 1 genereert ParnasSys een totaaloverzicht toetsen van de schoolloopbaan. Daarmee brengt ParnasSys historie, proces en actuele resultaten samen in één overzicht. Bij Parnassys kunnen gemakkelijk plannen gemaakt worden volgens de 1-zorgroute.
De signaallijnen (DL/DLE) kunnen per vormingsgebied per kind worden bijgesteld. Vanaf groep 1 genereert ParnasSys een totaaloverzicht toetsen van de schoolloopbaan. Daarmee brengt ParnasSys historie, proces en actuele resultaten samen in één overzicht. Bij Parnassys kunnen gemakkelijk plannen gemaakt worden volgens de 1-zorgroute.
Op de site van Parnassys wordt niet duidelijk
omschreven hoe veel tijd een laarkracht per leerling bezig is met het
leerlingvolgsysteem. Er wordt een aantal malen genoemd dat je met ParnasSys snel kunt leren
werken. Medewerkers zien door de
slimme rechtenstructuur alleen die dingen waar zij iets mee te maken hebben.
Dat maakt ParnasSys erg overzichtelijk en gebruikersvriendelijk. Een leerkracht moet toetsen afnemen
en invullen, observatielijsten afnemen en invullen en wanneer nodig moeten er
hulpplannen gemaakt en beheert worden.
Daarnaast kun je je laten bijscholen bij Parnassys, wat ook tijd
kost.
Conclusie
Beide
leerlingvolgsystemen hebben voordelen. Bij Parnassys kan niet alleen het
leerlingvolgsysteem weergeven worden, maar ook alle administratie kan verwerkt
worden in het computerprogramma. Ook kunnen er bij Parnassys verschillende
toetsen verwerkt worden, methode gebonden toetsen en methoden onafhankelijke
toetsen. Cito geeft het voordeel dat toetsen in veel gevallen ook digitaal
gemaakt kunnen worde. Deze toetsen zijn adaptief. Parnassys heeft geen eigen
toetsen, maar er moeten apart toetsen aangevraagd worden om te verwerken in het
leerlingvolgsysteem. Het leerlingvolgsysteem van Cito heeft toetsen op
verschillende gebieden die gemakkelijk verwerkt kunnen worden. Als team van De
Bouwsteen gaat onze voorkeur uit naar leerlingvolgsysteem Cito. Wij vinden het
belangrijk dat kinderen vaardig worden met de computer. Daarnaast hebben wij
veel aandacht voor het individuele kind. Het
voordeel van digitaal toetsen voor het kind is dat de toetsen in sommige
gevallen adaptief zijn: de computer selecteert opgaven die het beste aansluiten
bij de vaardigheid van een leerling. Dat vinden wij op de Bouwsteen van belang;
ieder kind gaat immers een eigen ontwikkeling door.
Wij werken op De Bouwsteen niet met methodes.
Wel halen wij de leerlijn uit methodes en creëren onze eigen lessen. Dit
gebeurt aan de hand van thema’s. Bij de vakken taal en rekenen worden de
methodetoetsen aangepast aan de schoolbrede thema’s. Cito is een methode
onafhankelijk systeem, dat toetsen voor verschillende vakgebieden biedt.
Opdracht C
Wij hebben
bij het zoeken naar leerlingvolgsystemen gelet op het feit dat het systeem
makkelijk in gebruik is. Ook hebben wij gekeken naar de manier van toetsen.
Omdat wij als school werken met de methode als leidraad zochten wij naar een
leerlingvolgsysteem waarbij er methode onafhankelijke toetsen gemaakt en
ingevoerd konden worden. Wij zijn uitgekomen bij de leerlingvolgsystemen van
Cito en Parnassys. Voor ons leerlingvolgsysteem hebben wij gekeken naar
verschillende zaken. Zo vinden wij het belangrijk dat er voor verschillende
type leerlingen toetsen zijn en overzichten. Wij vinden het belangrijk dat er
een makkelijk overzicht is per leerling, zodat wij kunnen zien wanneer een
leerling extra hulp nodig heeft. Ook het volgen van de sociaal-emotionele
ontwikkeling vinden wij erg belangrijk, het invullen van observatielijsten
geeft ons steun.Het voordeel van Parnassys is dat ook de administratie en alle
andere bijkomende zaken in te voeren
zijn in het computerprogramma, waardoor met één druk op de knop alle informatie
beschikbaar is. Sterk aan beide volgsystemen is dat zij werken met grafieken.
De resultaten van de leerlingen zijn makkelijk te bekijken in een grafiek. Zo is de ontwikkeling in één oogopslag te
zien. Beide volgsystemen werken op drie niveaus’: leerlingniveau, groepsniveau
en schoolniveau. Zo is niet alleen de ontwikkeling van de leerling te zien,
maar ook van de groep en school, en zo het resultaat van de leerkracht(en). Wij
nemen de landelijke norm om het niveau in de groep te kunnen peilen, met deze
systemen is dat gemakkelijk mogelijk.
De Bouwsteen volgt geen
specifieke methodes. Wel halen wij de leerlijn uit methodes en creëren onze eigen
lessen. Dit gebeurt aan de hand van thema’s. Alle lessen hebben te maken met
hetzelfde
thema.
In groep 1
en 2 krijgen de leerlingen nog geen rapport mee naar huis. De werkjes die het
kind in deze
twee groepen
gemaakt heeft worden verzamelt in een plakboek dat het kind na deze twee jaar
mee
naar huis
krijgt. De leerlingen van groep 3 t/m 8 krijgen wel een rapport mee naar
huis. Dit
rapport wordt gebaseerd op de resultaten uit het leerlingvolgsysteem en de
schoolprestaties. Leerlingen maken tijdens de thema’s
verschillende opdrachten op verschillende vakgebieden. Deze opdrachten worden
verzameld en vormen het portfolio van de leerling. Wij willen de portfolio’s
combineren met het leerlingvolgsysteem van Cito, om zo een duidelijk mogelijk
beeld te krijgen van de ontwikkeling van de leerling. Wanneer leerlingen uitvallen op onderdelen kan
er met behulp van het computerprogramma leerlingvolgsysteem Cito een
handelingsplan gemaakt worden. Dit plan kan door de leerkracht en de intern
begeleider uitgevoerd worden. Het voordeel van toetsen met Cito is dat de
toetsen in veel gevallen ook digitaal gemaakt kunnen worden. Op De Bouwsteen
hebben wij een laptopkar met een laptop voor ieder kind in de klas beschikbaar.
Het voordeel van digitaal toetsen voor het kind
is dat de toetsen in sommige gevallen adaptief zijn: de computer selecteert
opgaven die het beste aansluiten bij de vaardigheid van een leerling. Dat
vinden wij op de Bouwsteen van belang; ieder kind gaat immers een eigen
ontwikkeling door.
Op De
Bouwsteen valt zelfstandig werken onder
het werken aan leerstof zonder directe hulp van de
leerkracht.
Wel heeft de leerkracht een begeleidende functie. Vanaf groep drie werken de
kinderen met een weektaak. Op de weektaak staat wat de kinderen per week gedaan
moeten hebben. Wanneer zij dit gedaan hebben, kruisen zij dit zelf af. Van de
kinderen wordt verwacht dat zij aan het eind van de week hun weektaak volbracht
hebben. Door met een weektaak te werken leren de kinderen om zelfstandig
opdrachten te maken. Als leerkracht hebben wij dus een begeleidende taak. Wij
hebben tijd om leerlingen te observeren. In combinatie met de observatie
lijsten van VISEON geeft dit ons een zo duidelijk mogelijk beeld van de
sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten